Okegem

okegemDe Libanonceder van Okegem, een boom die het uitzicht van de dorpskom bepaalde is niet meer. Van zijn stam werd een kunstwerk gemaakt dat nu op het pleintje voor het dorpsschooltje staat. Het typische stationsgebouw in klassieke spoorwegstijl is volledig gerestaureerd maar niet meer in gebruik al stopt de trein er nog steeds. Vlakbij werd in 1893 de Christene Volkspartij van Adolf Daens opgericht, "slaaf noch bedelaar mag de arbeider zijn...". De Dender vormt tevens de kronkelende grens met Vlaams-Brabant. 

Inwoners

2.030 (31-12-2015)

Oppervlakte

277 Ha

Naam

De naam Okegem zou verwijzen naar de vestigingsplaats van de lieden van de Frankische heer Ocko die zich hier in de 5de - 6de eeuw aan de linkeroever van de Dender vestigde. "gem" slaat op "heim" wat dan weer "verblijfplaats" of hoeve betekent. Ockinghem (1096), Okengem (eind 12de eeuw) of Ockengem (onder het Franse bewind) maar afgeleid van Ukinga haim (Germaans = woning van de lieden van Uko) zou dus "verblijfplaats van de heer Ocko" betekenen.

Geschiedenis

De oudste vermelding van dit dorp vinden we in 1096, maar de vondst van een silex verwijst naar een vroegere vorm van bewoning langs de Denderoevers. De heerlijkheid van Okegem, die afhing van het grafelijk leenhof "ten steene" te Aalst, behoorde naar alle waarschijnlijkheid van de 12de tot de 14de eeuw toe aan een gelijknamige familie. Enkele namen die men heeft teruggevonden zijn Willem van Okegem, Goswinus van Okegem en Walterus de Okeghem. In 1399 kwam Okegem onder het gebied van de heren van Ninove. Vermoedelijk keerde de heerlijkheid terug tot de grafelijke kroon in 1638 wanneer Claudia van Liedekerke ze met de heerlijkheid van Idevoorde tot leenpand verkreeg. Vervolgens kwam de heerlijkheid in handen van de familie de Boussu tot 1700 en kort nadien was ze eigendom van Jan-Baptist Sturtewagen. Daarna kwam Okegem door openbare verkoop in handen van Jozef de Landre die ze in 1782 voor 12700 gulden verkocht aan ridder Lodewijk-Jozef de Coninck na wiens dood Okegem te beurt viel aan zijn zoon Ferdinand de Coninck. Een dorp kon in die tijden nogal eens van eigenaar veranderen... Tijdens de Franse overheersing werd Okegem een zelfstandige "moderne" gemeente.

Vanaf 1096 bezat de Sint Adriaansabdij van Geraardsbergen het patronaatsrecht over de parochie Okegem. In 1602 nam de Sint Corneliusabdij van Ninove dit patronaat over. Van 1602 tot 1825 hebben 27 Norbertijnen de zielezorg waargenomen. Ook in het economische leven speelde de Ninoofse abdij een belangrijke rol. Vooral de hopcultuur kende vanaf de middeleeuwen tot het einde van de 19de eeuw een grote bloei; getuige daarvan blijft de spotnaam voor de Okegemnaren: "de Hoppewinders". Tot circa begin 19de eeuw kon de bevolking leven van de landbouw omdat de gronden tot de vruchtbaarste van de streek behoorden, maar in 1801 was al 42% als behoeftig ingeschreven. Het aantal weefgetouwen steeg en vele vrouwen vervaardigden vanaf het einde van de 19de eeuw handschoenen voor fabrikanten uit Ninove en het Brusselse. De spoorlijn "Dender en Waas" heeft vanaf het midden van de 19de eeuw Okegem een nieuw aanschijn gegeven en bracht tevens de opkomst van enige kleinere industrie met zich. Zoals de meeste dorpen is Okegem, dat grotendeels zijn landelijk karakter heeft kunnen bewaren, na de Tweede Wereldoorlog van een typisch landbouwdorp geëvolueerd naar een woongemeente met voornamelijk pendelaars.

Naast de dorpsheerlijkheid was er in Okegem ook de heerlijkheid van Idevoorde, waar het oud-heerlijk kasteel stond dat reeds in de 15de eeuw was vernietigd. Tevens was er een "voorde", een doorwaadbare plaats op de Dender met -van de 15de tot begin 18de eeuw- het hof ter Voorde, een abdijhoeve van de Ninoofse Norbertijnerabdij, die ongeveer 50 bunder grond omvatte.

Beschermde monumenten / landschappen

  • Onze-Lieve-Vrouw Presentatiekerk (orgel, doksaal en portaal) (Monument 05-11-1974)
  • Voormalig NMBS-station, Jan Ockeghemstraat (Monument 10-07-1997)

Contact informatie