Nood- en interventieplanning

Noodplanning

Bij een ramp moet de hulpverlening onmiddellijk en goed georganiseerd op gang komen. Het woordje noodplanning dekt hierbij perfect de lading omdat het iets is dat je enkel in uiterste nood nodig hebt. Maar als je het nodig hebt, moet het wel perfect werken en valt er geen tijd te verliezen.

Dit inzicht heeft in 2006 geleid tot een koninklijk besluit dat steden en gemeenten verplicht constant voorbereid te zijn op het voorvallen van een eventuele noodsituatie. Om hieraan te voldoen, beschikt de stad over een algemeen nood- en interventieplan (ANIP). In dit ANIP wordt de organisatie en de coördinatie van diensten en instanties beschreven die betrokken zijn bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen. Inhoudelijk wordt het ANIP opgemaakt en geactualiseerd in overleg met de gemeentelijke veiligheidscel, de redactie ervan ligt in handen van de ambtenaar noodplanning.

De gemeentelijke veiligheidscel staat onder leiding van de burgemeester en bestaat uit afgevaardigden van de diverse disciplines van de hulpverlening samen met de ambtenaar noodplanning.

  • discipline 1: brandweer
  • discipline 2: medische hulp
  • discipline 3: politie
  • discipline 4: logistiek
  • discipline 5: informatie

De belangrijkste taken van de veiligheidscel zijn: opmaken en actualiseren van nood- en interventieplannen, opstellen van een oefenbeleid, evalueren van oefeningen en noodsituaties en op basis daarvan de plannen aanpassen, opmaken van een risico-inventaris en -analyse. Daarnaast adviseert de veiligheidscel de burgemeester tijdens noodsituaties.

Voor bepaalde manifestaties en gebeurtenissen die een bijzonder risico inhouden, wordt het algemeen nood- en interventieplan (ANIP) aangevuld met bijzondere nood- en interventieplannen (BNIP's). Zo heeft Ninove een BNIP voor carnaval en het na-tour criterium.

Fasering

Binnen de rampenbestrijding worden drie alarmfasen onderscheiden. Deze fasen bepalen de autoriteit die de beslissings- en coördinatiebevoegdheid heeft in een rampsituatie.

Gemeentelijke fase

De gemeentelijke fase heeft betrekking op de interventie van de lokale hulpdiensten voor een gebeurtenis waarvan de gevolgen beperkt blijven tot het grondgebied van de gemeente. De operationele en de beleidscoördinatie worden verzekerd door de burgemeester. Deze fase wordt afgekondigd door de burgemeester of zijn afgevaardigde. Hij brengt daarvan de gouverneur op de hoogte.

Provinciale fase

De provinciale fase heeft betrekking op de interventie van de verschillende hulpdiensten wanneer:

  • ofwel de omvang van de noodsituatie een beheer ervan door de gouverneur vereist;
  • ofwel de directe gevolgen van de noodsituatie het grondgebied van de gemeente overschrijden.

De operationele en de beleidscoördinatie worden verzekerd door de gouverneur.

Deze fase wordt afgekondigd door de gouverneur of zijn afgevaardigde. Hij brengt daarvan de Minister van Binnenlandse Zaken op de hoogte.

Federale fase

De federale fase kan onder andere afgekondigd worden indien de gebeurtenissen zich uitstrekken over het grondgebied van meer dan één provincie of de aan te wenden middelen deze waarover de gouverneur beschikt overschrijden. De beleidscoördinatie worden verzekerd door de Minister van Binnenlandse Zaken.

Deze fase wordt afgekondigd door de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde.