Meerbeke

meerbekeDe aankomst van de Ronde van Vlaanderen -van 1973 tot 2011- maakte deze Ninoofse deelgemeente wereldberoemd. De Sint-Pieters- en Sint-Berlendiskerk is een van de mooiste barokkerken van het Vlaamse platteland, het dorpsgezicht is beschermd. Een machtige linde sierde tot 1984 het dorpsplein waar ook nog de originele roepsteen overbleef vanwaar de veldwachter de berichten omriep na de hoogmis. De legende van Sint-Berlendis bracht veel bedevaarders naar Meerbeke in vroeger tijden. Een weetje: het Neigembos ligt eigenlijk voor het overgrote deel op grondgebied Meerbeke.

Inwoners

5.873 (31-12-2015)

Oppervlakte

1.047 Ha

Naam

"Meerbeke" (in 966: Nerebache, Merbeccam) betekent zoveel als "beek van het moeras", dus beek die door een moerassig gebied stroomt. Een andere versie spreekt echter van "grensbeek".

Geschiedenis

Het betreft hier een zeer oude gemeente die als landbouwnederzetting zou zijn ontstaan aan een Romeinse weg. Deze baan zou Denderwindeke, over Strijtem en Borchtlombeek, met de bekende Romeinse heerbaan Asse-Bavai hebben verbonden.

In de nabijheid van het kasteel van de heren van Vreckem vond men in 1874 alleszins een aantal voorwerpen, die wijzen op bewoning in de Merovingische periode (5de-8ste eeuw). Dat Meerbeke al zeer vroeg bewoond was, blijkt ook uit de bekende Berlindislegende. Het grondgebied van de gemeente zou in de 7de eeuw hebben toebehoord aan een Frankisch edelman, gevestigd in een versterkte "villa", waar in latere tijd het "Hof ter Winningen" of het "Kasteelke" stond. Deze edelman, Adelardus, zou gehuwd zijn geweest met Nona, zuster van de H. Amandus. Zij hadden een zoon, Eligard, die sneuvelde in één der talloze burgeroorlogen uit die periode. Hun dochter Berlindis, "eene verstandige, schoone en deugdzame jonkvrouwe", diende haar vader die door melaatsheid was getroffen, "met een waarlijk engelachtig geduld". Op zekere dag viel ze echter onverdiend bij hem in ongenade en werd ten voordele van de abdij van Nijvel onterfd. Berlindis verliet toen het ouderlijk huis, vertrok naar het klooster van Moorsel (Aalst). Na het overlijden van haar vader keerde zij terug naar Meerbeke, waar ze tot haar dood een leven van versterving en boetedoening leidde. Met enige vrome vrouwen zou ze er volgens de regel van de H. Benedictus hebben geleefd en zich aan de armenzorg en ziekenverpleging hebben gewijd. Zij at slechts brood en dronk niets dan water, behalve op zon- en feestdagen; zij droeg een "haren" kleed, sliep op een mat en had een steen als hoofdkussen. De volksoverlevering duidt nog op het einde van de 19de eeuw nauwkeurig de put aan, waar Berlindis haar drank ging halen: "op een hondertal schreden ten noorden van de kerk, aan 't einde eens voetwegels, op den boomgaard der kinderen Stevens". Reeds tijdens haar leven schijnt zij aan de basis van allerlei mirakelen te hebben gelegen.

Na haar dood kwamen dadelijk talrijke bedevaarders haar voorspraak afsmeken op haar graf. Het kerkje dat de relikwieën van de heilige borg, wer echter -zoals een groot gedeelte van West-Europa- in de 9de eeuw geplunderd en platgebrand door de Noormannen, die met hun slanke oorlogsschepen de Dender waren opgevaren. Rond 1000 werd deze bedevaartskerk herbouwd. Het huidig romaans koor is hier trouwens nog een overblijfsel van. Dat het hier een belangrijk heiligdom betreft, blijkt duidelijk uit de talrijke verbouwingen om het gebouw aan te passen aan de wisselende "smaken" van de verschillende stijlperiodes. Ook werd door de abdij van Nijvel een kapittel van kanunnikken aan deze kerk toegevoegd, om er het belang van de onderstrepen (reeds vermeld in 870).

Alleszins in de 9de eeuw -en misschien reeds vroeger- was Meerbeke in handen van de belangrijke abdij van Nijvel. Ook al kwam het grootste gedeelte van de gemeente later (12de-13de eeuw) in handen van de wereldlijke heren van Wedergrate, tot de Franse periode (einde 18de eeuw) bleven de gehuchten Ternat en Prindaal als kleine lenen van die abdij afhangen.

Meerbeke was het enige gedeelte van de baronie van Wedergrate (waartoe ook Denderwindeke, Pollare, Neigem, Appelterre en Eichem behoorden), dat op het grondgebied van het hertogdom Brabant lag. Tot op het einde van de 18de eeuw bleef de grens tussen Ninove en Meerbeke dus ook de "staatsgrens" tussen de vorstendommen Vlaanderen en Brabant. Het is dan ook niet te verwonderen dat een wijk vlak bij deze grens, nog steeds "Klein-Brabant" wordt genoemd.

Is Meerbeke de laatste jaren uitgegroeid tot een belangrijke residentiële gemeente, vroeger is het steeds praktisch uitsluitend een landbouwgemeente geweest. Grootste grondbezitster was de abdij van Ninove, één der grootste Norbertijnerabdijen van België, die hier naast meersen, landen en bossen, o.a. ook twee zeer oude (12de-13de eeuw) pachthoven bezat: het hof te Wol-, Woel- of Wolfputte en het hof te Scalchem.

Beschermde monumenten / landschappen

  • Sint-Pieterskerk (Monument 04-05-1944)
  • Pastorie (Monument 12-05-1947) 
  • Neigembos (Landschap 30-09-1974)
  • Fonteintjesmolen (watermolen) (Monument 13-10-1986)
  • Omgeving Fonteintjesmolen (Dorpsgezicht 13-10-1986)
  • Halsesteenweg, kerkhof met muur en kerkplein met afsluiting (Monument 25-03-2000)
  • Gemeentehuisstraat 1, woning (Monument 25-03-2000)
  • Nieuwstraat 1, hoek Halsesteenweg, voormalige conciërgewoning Kasteel Van Vreckem (Monument 25-03-2000)
  • Nieuwstraat 2, aan het kerkhof palende kloostervleugel (Monument 25-03-2000)
  • Sint Berlindisstraat 1, éénlaagse woning (Monument 25-03-2000)
  • Sint Berlindisstraat 3, hoek Nieuwstraat, woning (Monument 25-03-2000)
  • Sint Pietersstraat 3, woning voormalige stoomchicoreifabriek De Munck (Monument 25-03-2000)
  • Onmiddellijke omgeving kerk en kerkhof (Dorpsgezicht 25-03-2000)

Contact informatie