Denderwindeke

denderwindekeDenderwindeke is in oppervlakte de grootste van alle Ninoofse deelgemeenten. Je ontdekt er dan ook prachtige open landschappen die speciaal gemaakt lijken om te wandelen. Een deel van Denderwindeke is niet voor niets officieel stiltegebied. De gerestaureerde Molen ter Zeven Wegen, een stenen korenwindmolen, is dé blikvanger aan de Heirebaan. Ook daar vind je de Wegom met zijn vele kapellen en kapelletjes. Rondom de Sint-Pieterskerk lijken de verzakte en verweerde grafstenen je een eeuw terug in de tijd te flitsen. Romeinse vondsten wijzen erop dat Denderwindeke ook de Romeinen al wist te bekoren.

Inwoners

3.700 (31-12-2015)

Oppervlakte

1.523 Ha

Naam

Een eerste vermelding vinden wij in 941 als "Wenteka"; dat wordt vervolgens "Winthi" in de 12de eeuw, "Tenrewindeke" in de 15de eeuw, om onder het Frans bewind tot "Windicques" en "Wignies" vervormd te worden. Omtrent de betekenis van de naam bestaan heel wat tegenstrijdige verklaringen. Algemeen wordt nu een Keltische oorsprong vooropgesteld en wel met "Vindiacus" waar "wit" en "woonplaats" in terug te vinden zijn, vandaar dan "Withuis".

Geschiedenis

Denderwindeke is een zeer oud landbouwdorp, bewijs daarvan is de vondst van een "silex", een bewerkte steen, wat verwijst naar een zeer vroege vorm van bewoning. Romeinse munten aldaar gevonden en de ontdekking, op het einde van de 19de eeuw, van de overblijfselen van een Romeinse villa, laten vermoeden dat het dorp zijn groei te danken heeft aan een Romeinse heerbaan (deze heerbaan was een vertakking van de hoofdweg van Asse naar Bavay). Daarnaast werden overblijfselen gevonden van een Frankische begraafplaats.

De heerlijkheid van Denderwindeke -tot in 1487 één der lenen van de Burcht van Ninove- behoorde sedert de 12de eeuw aan de heren van het Land van Wedergraat (of Contrecoeur) waarvan ook Appelterre-Eichem, Neigem en Pollare afhingen.

De eerste bekende bezitter van het gebied was Otto van Trazignies, gehuwd met een zekere Onsilia. Hij bewoonde in het begin van de 12de eeuw het kasteel van Wedergraat, gebouwd op een heuvel nabij Appelterre. Hij werd in de kerk van Meerbeke begraven. Eén van zijn opvolgers had twee dochters. Het was Maria die haar vader als vrouwe van Wedergraat opvolgde. Zij huwde Jan van Masmines en later schildknaap Daniël van den Weerde.

Zij stierf kinderloos. Drie edellieden -verwijzend naar familiebanden- komen aanspraak maken op de heerlijkheid. De zaak komt bij de Schepenbank van Gent terecht en deze beschouwt Roeland van Bornival als enige erfgenaam. Groot zal echter de verwondering geweest zijn van Roeland, toen hij vernam dat Philips de Goede, gebruik makende van zijn opperleenheerschap, zijn hand legde op het betwiste gebied, onder voorwendsel dat Maria van Wedergraat gestorven was zonder wettige opvolgers. De heerlijkheid komt aan Antoon van Brabant, den "Bastaard" genaamd.

Hoe de heerlijkheid langs Jan van Aarschot, heer van Schoonhove terug aan Philips de Goede komt, is niet duidelijk. Philips schenkt de heerlijkheid aan zijn kanselier Pierre de Gouw gehuwd met Maria de Rye.

Kanselier de Goux staat beschreven als een heel wijs man en bezitter van een aanzienlijk vermogen. In 1458 dient hij bij de Hertog een (in het Frans geschreven) verzoek in om "in de stad en parochie van Tendrewindeke" een vierschaar (gerecht) te mogen oprichten. Daar hij Denderwindeke een "stad" noemde, mogen wij veronderstellen dat hij het als een belangrijk gebied beschouwde (ook in de 17de eeuw beschreef Sanderus het nog als: "één der meest bevolkte gebieden van het graafschap Aalst"). Het verzoek om een "vierschaar" en een ander om er een jaarmarkt in te richten, werden ingewilligd. De jaarmarkt werd gehouden op 29 augustus op de Bokkendriesch, maar kwam op het einde van de 18de eeuw in verval.

Een afstammeling van de familie de Goux, Willem, gehuwd met Bernardina de Mol, liet het domein over aan Kasper, zijn oudste zoon. Deze schonk het gebied aan zijn nicht Philippina; zij huwde Philippe Guillaume de la Pierre. Het gebied kwam onder het gezag van de familie de la Pierre tot in 1699. Henri de la Pierre verkocht de aloude heerlijke eigendom aan Pieter Antoon van Cauteren. Zijn zoon Frans verkreeg de titel van baron van Wedergraat. Na zijn dood komt het gebied aan zijn zuster Maria-Isabella, welke door haar huwelijk met Frans Gerard van Plotho van Ingelmunster, het domein onder het gezag brengt van de familie van Plotho. Hun kleinzoon Karel van Plotho was de laatste baron van Wedergraat. Hij stierf in 1825. Vandaag is er geen industrie, Denderwindeke is vooral een residentiële gemeente met nog flink wat handelszaken.

Beschermde monumenten / landschappen

  • Orgel in de Sint-Petruskerk (Monument 19-08-1980)
  • Stenen windmolen "Molen ter Zeven Wegen" (Monument 12-06-1986)
  • Watermolen "Schoreelsmolen", Vreckom 10 (Monument 24-06-1994)
  • Omgeving van de Schoreelsmolen (Dorpsgezicht 24-06-1994)
  • Pastorie, Proosdij 12 (Monument 05-10-2001)

Contact informatie