Stedenbouwkundige voorschriften zijn regels die bepalen hoe gronden en gebouwen binnen een bepaald gebied mogen worden gebruikt en bebouwd. Ze leggen vast welke functies zijn toegestaan, zoals wonen, industrie of landbouw, en geven richtlijnen voor de bouwmogelijkheden, zoals de hoogte, het volume en de inplanting van gebouwen. Daarnaast bevatten ze bepalingen over de ruimtelijke kwaliteit, bijvoorbeeld groenvoorzieningen, parkeerplaatsen … Het doel? Een geordende ruimtelijke ontwikkeling en een samenhang tussen de bebouwde en de onbebouwde omgeving.
Ruimtelijke planning bepaalt hoe de ruimte in Vlaanderen wordt gebruikt en ingericht. Het gewestplan legt de grote lijnen vast: waar er gewoond, gewerkt of aan landbouw gedaan mag worden. Een Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) gaat een stap verder en geeft gedetailleerde voorschriften voor een specifieke zone. Het Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) vervangt geleidelijk de BPA’s en biedt meer flexibiliteit om in te spelen op nieuwe noden. Deze plannen zorgen ervoor dat de ontwikkeling van steden en gemeenten doordacht en duurzaam gebeurt. Zo houden ze rekening met wonen, werken, natuur en mobiliteit.
Een gewestplan is een ruimtelijk plan dat door het Vlaamse Gewest is opgesteld en waarin voor het volledige grondgebied exact wordt vastgelegd welke functies aan welke terreinen zijn toegewezen, zoals wonen, industrie, landbouw, bos of recreatie. Op de gewestplankaart worden deze bestemmingen helder weergegeven met kleurcodes, wat inzicht biedt in de categorieën:
woonzone (rood)
industriezone (paars)
landbouwgebied (geel)
natuurgebied (lichtgroen)
Het plan is enkel nog van kracht op plekken waar het niet vervangen werd door een nieuwer plan, zoals BPA’s en RUP’s.
Omdat gewestplannen heel algemeen zijn, werden Bijzondere Plannen van Aanleg (BPA’s) ingevoerd om meer verfijning te geven. Een BPA vervangt het gewestplan voor een bepaalde zone en legt gedetailleerde stedenbouwkundige voorschriften vast op gemeentelijk niveau. Aan de hand van kaarten en voorschriften wordt bepaald welke bestemming aan specifieke delen van het plangebied wordt toegekend. Een BPA bepaalt niet alleen wat er in de verschillende zones mag gebouwd worden, maar ook hoe dat moet gebeuren, bijvoorbeeld de inplanting, de bouwhoogte en de materiaalkeuze. Een BPA geldt voor een deel van het gemeentelijk grondgebied, wat betekent dat er op het grondgebied van een stad of gemeente meerdere BPA's van toepassing kunnen zijn.
Bestaande BPA's blijven gelden, maar nieuwe komen er niet meer bij.
Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP’s) zijn de opvolgers van BPA’s. Ze vervangen stap voor stap alle BPA’s en bieden veel meer flexibiliteit. Zo kunnen ze inspelen op nieuwe noden, zoals extra groen, nieuwe woonvormen of duurzame mobiliteit. Er bestaan gemeentelijke RUP’s voor lokale plannen, provinciale RUP’s voor grotere gebieden en gewestelijke RUP’s voor heel Vlaanderen. Samen zorgen deze plannen ervoor dat ruimtelijke beslissingen op elk niveau goed op elkaar zijn afgestemd.
Een gemeentelijk RUP wordt opgemaakt door de stad of gemeente en bepaalt hoe de ruimte lokaal gebruikt en ingericht mag worden, bijvoorbeeld voor wonen, werken of groen. Het gemeentelijk RUP draagt bij tot de uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS), waarin de stad in grote lijnen aangeeft hoe ze ruimtelijk wil evolueren. RUP's worden opgemaakt vanuit de visie van dit GRS.
Een stedenbouwkundige verordening legt algemene regels vast voor hoe gebouwd moet worden (normen voor toegankelijkheid, waterbeheer ...). Een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) bepaalt daarentegen de bestemming en specifieke voorschriften voor een welbepaald gebied, zoals waar woningen of bedrijven mogen komen.
Belangrijk bij de verordening financiële lasten: je bent verplicht om dit formulier (Excel) aan je vergunnings- of meldingsaanvraag toe te voegen. Het project wordt op die manier getoetst aan deze verordening.
Provinciale stedenbouwkundige verordeningen die gelden in Ninove