Wat is een AED
Een automatische externe defibrillator (AED) is een draagbaar toestel dat kan worden gebruikt voor het reanimeren van een persoon. Door binnen de drie tot vijf minuten te starten met de reanimatie en een AED te gebruiken, verhoog je de overlevingskans van het slachtoffer tot 70%. Het apparaat wordt gebruikt om mensen een elektrische schok toe te dienen. De AED analyseert het hartritme van het slachtoffer en bepaald automatisch of een stroomstoot het slachtoffer kan helpen.
Wanneer gebruik je een AED
Bij slachtoffers van een hartstilstand of hartritmestoornis. Een snelle stroomstoot kan het normale ritme van het hart herstellen, zodat het bloed weer door het lichaam gepompt kan worden. Zo vermijd je hersenschade bij het slachtoffer.
Als iemand op de grond valt en niet bij bewustzijn is, maar wel op een normale manier ademhaalt, hoeft er geen AED te worden aangesloten. Is er twijfel over de ademhaling van het slachtoffer? Sluit dan altijd de AED aan.
Waar vind je een AED
In Ninove vind je verschillende AED’s.
Hoe werkt een AED
Het toestel geeft gesproken instructies. Het helpt je door de reanimatie tot professionele hulpverleners het van je overnemen. Alle toestellen zitten in een beveiligde kast. Laat je door deze eenvoudige beveiligingen niet afschrikken!
Een AED is heel eenvoudig te bedienen:
-
De meeste toestellen hebben maar één of twee knoppen: één om het toestel aan te zetten en eventueel een tweede om een elektrische schok toe te dienen. Zet het toestel aan.
-
Zodra de AED geactiveerd is, stuurt de adviesstem de hulpverlening. De eerste adviezen zijn altijd: ‘Alarmeer de hulpdiensten’ en ‘Ontbloot de borstkas van het slachtoffer'.
-
Zodra de borstkas van het slachtoffer ontbloot is, brengt de eerstehulpverlener de twee zelfklevende elektroden van het AED-toestel aan. De AED vraagt om het slachtoffer niet meer aan te raken en begint met een automatische analyse van het hartritme.
-
Als de AED levensbedreigende hartritmestoornissen vaststelt, zal hij een stroomstoot door het hart toedienen. Dit wordt ook defibrilleren genoemd. Bij sommige AED-toestellen moet de hulpverlener dit zelf doen door op een knop te drukken.
-
Na twee minuten reanimeren analyseert de AED opnieuw het hartritme om te zien of er nog een schok nodig is. Zo gaat de eerstehulpverlener door met reanimeren en defibrilleren tot de ziekenwagen of de MUG ter plaatse is.
