Geschiedenis van Ninove

Naam

Het duurt tot de 14de eeuw vooraleer Ninove zijn definitieve naam krijgt. In de 9de eeuw Neonifius genaamd, later Ninive of Nineve, is de betekenis ervan: "nieuw weiland".

Ontstaan aan de Dender

Archeologische vondsten wijzen uit dat de prilste sporen van bewoning in Ninove teruggaan tot het Neolithicum, zo'n 10.000 jaar geleden. Duizenden jaren later, aan het begin van onze tijdsrekening, is Ninove nog niet meer dan een onooglijke nederzetting ter hoogte van de Nederwijk. Dit blijft zo tot na de Romeinse periode wanneer, in de vijfde eeuw, de komst van de Merovingen een geleidelijke groei meebrengt. Ook in die periode wordt door kroniekschrijvers gewag gemaakt van een castrum dat in de loop der eeuwen uitgroeit tot een versterkte burcht.

Op de grens tussen Vlaanderen en Brabant

kaart van Ninova ca 1644, Sanderus, Flandria IllustrataDe grote ommekeer komt er vanaf de 11de eeuw, wanneer de graaf van Vlaanderen het gebied tussen Schelde en Dender in handen krijgt en Ninove op de grens tussen Vlaanderen en Brabant komt te liggen, een strategisch belangrijke plek ... De stad ontwikkelt zich tussen de versterkte burcht nabij het huidige Paul De Montplein en de invloedrijke Norbertijnerabdij, op de Coudenberg aan de andere kant van de stad. Eeuwenlang speelt de Ninoofse abdij een belangrijke rol in het economische leven: zij onderhoudt handelsbetrekkingen met andere grote steden van het land en zorgt o.a. voor een belangrijke graanhandel.

Vier stadspoorten, verbonden door vestgrachten, geven toegang tot de stad: de Brabantse poort, de Geraardsbergsepoort, de Kloosterpoort en de Koepoort, die als enige de tand des tijds trotseerde en overblijft.

Rampen en tegenspoed

Branden, belegeringen, plunderingen, oorlogen, epidemieën,... Ninove krijgt meer dan zijn deel van deze resem rampen van de 14de tot begin 18de eeuw. Denken we maar aan de Ninoofse honger, de grote stadsbranden van 1473 en 1603, de (godsdienst)oorlogen, de pest die hier dood zaaide,...

Huisnijverheid, industrialisatie, pendelen

beeld van de Twijnster

Intussen was ook de eens zo prestigieuze lakennijverheid volledig in verval geraakt. Het tij keert rond 1750 wanneer huisnijverheden als weven, spinnen en twijnen (meerdere gesponnen draden samen tot één sterkere draad draaien) voor een economische opleving  zorgen. Maar de traditionele huisnijverheid kon niet optornen tegen de voortschrijdende mechanisering en in de  19de eeuw leeft een groot deel van de Ninoofse bevolking in een ongeziene armoede. De lage  lonen zijn daar uiteraard niet vreemd aan...

In de tweede helft van de 19de eeuw vestigen de eerste fabrieken zich in Ninove. De lucifernijverheid stelt decennia lang een groot deel van de Ninoofse bevolking te werk.

De 20ste eeuw wordt dan weer gekenmerkt door het fenomeen "pendelen", eerst naar de Waalse koolmijnen, later naar Brussel waar ook nu nog vele Ninovieters hun brood verdienen. Maar, ook in Ninove zelf is flink wat industriële nijverheid.  

 

 

 

Van Ninove naar groot Ninove

Bij de fusie van 1977 krijgt Ninove er 11 deelgemeenten bij: Appelterre, Aspelare, Denderwindeke, Lieferinge, Meerbeke, Nederhasselt, Neigem, Okegem, Outer, Pollare en Voorde. Het bevolkingsaantal stijgt de laatste jaren voortdurend. Vandaag hebben zo'n 38.000 inwoners het hier best naar hun zin in dit gezellige provinciestadje en de 11 deelgemeenten.


Contact informatie